Onderzoeken

Rondom de Radboud Universiteit wordt veel onderzoek gedaan. Onderzoeken die te maken hebben met onze studies worden vaak gedaan binnen het Bahavioural Science Intstituut. Het Bahavioural Science Intstituut organiseert ook trainingen voor PHD studenten, organiseert trainingsdagen voor PHD- studenten en ondersteunt PHD-posities. Het meeste onderzoek wordt uitgevoerd voor PHD-studenten. Om de onderzoekskant op te gaan, kan je in het derde jaar de Specialisatie Onderzoek volgen. Dit zijn de vakken Capita Selecta (onderzoek naar pedagogiek en onderwijs) en Onderzoekspracticum. Daarnaast kan je een research master volgen om onderzoek te kunnen doen na het afstuderen. Om je een beter beeld te geven wat er voor een onderzoeken spelen binnen onze studies op de Radboud Universiteit, geven we hieronder een aantal voorbeelden van actuele onderzoeken.  

Linkjes naar Capita Selecta en Onderzoekspracticum.

Zie hieronder voorbeelden van onderzoeken die gedaan worden op onze universiteit:

Detour: een game om jongeren te helpen stoppen met roken  

Het onderzoeksproject Detour van de Radboud Universiteit onderzoekt hoe jongeren geholpen kunnen worden om te stoppen met roken met behulp van een speciale app met game-elementen. De app biedt ondersteuning op momenten waarop de drang om te roken groot is, helpt jongeren doelen te stellen en laat hen elkaar ondersteunen via sociale functies. Het onderzoek vergelijkt deze methode met andere manieren om te stoppen met roken. Studenten en andere jongeren hebben hun bijdrage kunnen leveren door mee te doen aan het onderzoek. Daarmee hebben zij onderzoekers geholpen om te testen hoe effectief de app werkt en hoe deze verder verbeterd kan worden voor jongeren.  

Zie hier de link naar het onderzoek.

Beginnende geletterdheid ontwikkeling en onderwijs van kinderen met een communicatief meervoudige beperking 

Het onderzoek Beginnende geletterdheid ontwikkeling en onderwijs van kinderen met een communicatief meervoudige beperking van de Radboud Universiteit richt zich op kinderen en jongeren die door een combinatie van verstandelijke en ontwikkelingsbeperkingen nauwelijks kunnen spreken of lezen. Deze kinderen maken vaak gebruik van ondersteunde communicatie, zoals gebaren, symbolen of spraakcomputers. Onderzoekers willen beter begrijpen hoe deze kinderen toch vaardigheden kunnen ontwikkelen die nodig zijn om te leren lezen en schrijven. Hierbij wordt gekeken naar zogenaamde “beginnende geletterdheid”: de eerste vaardigheden die kinderen ontwikkelen voordat zij echt leren lezen en schrijven, zoals het herkennen van symbolen, klanken en communicatievormen. Binnen het project worden vier verschillende studies uitgevoerd. Eerst wordt onderzocht welke factoren belangrijk zijn voor de ontwikkeling van geletterdheid bij deze doelgroep. Daarna kijken onderzoekers hoe scholen in het speciaal onderwijs hier momenteel mee omgaan. Vervolgens testen zij bij Nederlandse kinderen met communicatief meervoudige beperkingen welke vaardigheden samenhangen met het leren lezen en schrijven. Tot slot ontwikkelen en testen zij nieuwe instructiestrategieën die leerkrachten in de klas kunnen gebruiken. Het doel is om kinderen beter te laten deelnemen aan onderwijs en communicatie, zodat zij zelfstandiger kunnen communiceren over nieuwe onderwerpen en actiever mee kunnen doen in de samenleving. De resultaten worden gedeeld met leerkrachten in het speciaal onderwijs via wetenschappelijke artikelen en vakpublicaties, zodat de kennis direct toegepast kan worden in de praktijk. 

Zie hier de link naar het onderzoek.

Zelfstandiger communiceren met AI 

Het onderzoek Zelfstandiger communiceren met AI van de Radboud Universiteit is een co-creatieproject van NOLAI voor het speciaal onderwijs. Het richt zich op leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs die niet of moeilijk spreken en daarom communiceren met een spraakcomputer. In de praktijk kost het deze leerlingen vaak veel tijd om woorden te vinden en gesprekken verlopen daardoor moeizaam. Ook leerkrachten besteden veel tijd aan het voorbereiden van themakaarten en vocabulaire. Binnen het project werken de Emiliusschool in Son, twee scholen van Stichting BOOR, ontwikkelaars van Jabbla en onderzoekers van Stichting OOK-OC samen aan een AI ondersteunde plug-in voor de spraakcomputersoftware MindExpress. Deze tool moet functioneren als een slimme assistent die tijdens lessen passende woorden en zinnen voorstelt op basis van de context in de klas en het taalniveau van de leerling. Het doel is dat leerlingen sneller kunnen reageren, spontaner kunnen communiceren en zelfstandiger deelnemen aan gesprekken. Daarnaast moet de tool leerkrachten ondersteunen door voorbereidingstijd te verminderen. In het onderzoek wordt gekeken naar de invloed van de AI-tool op de snelheid, spontaniteit en zelfstandigheid van communicatie. Ook onderzoeken de onderzoekers hoe leerkrachten het gebruik van de tool ervaren en hoe de voorgestelde woorden daadwerkelijk gebruikt worden tijdens interacties in de klas.  

Zie hier de link naar het onderzoek. 

The sexual consent challenge 

The Sexual Consent Challenge is een project van de Radboud Universiteit onder leiding van Marie-Anne van Stam. Vanaf begin 2027 worden studenten uitgedaagd om social-mediacampagnes te ontwerpen die het normaliseren om respectvol over seksueel consent te praten. Alle studenten van de Radboud Universiteit mogen deelnemen. De tien beste campagnes worden gekozen door jongvolwassenen tussen de 16 en 35 jaar en ontvangen een geldprijs. Parallel aan deze challenge loopt een wetenschappelijk onderzoek. Mensen die op de campagnes stemmen vullen twee korte vragenlijsten in: één voordat zij de campagnes bekijken en één zes weken later. In deze vragenlijsten onderzoeken de onderzoekers attitudes, intenties en gedrag rondom seksueel consent. Daarnaast wordt via SONA gewerkt met een controlegroep die dezelfde vragen krijgt zonder de campagnes te zien. Met dit onderzoek willen de onderzoekers bekijken of deze challenge-aanpak effectief is om jongeren zelf gedragsveranderingscampagnes te laten ontwikkelen. Ook onderzoeken zij of het zien en beoordelen van de campagnes daadwerkelijk leidt tot veranderingen in houding, intenties en gedrag rondom seksueel consent. Studenten kunnen bijdragen door zelf mee te doen aan de challenge en een social-mediacampagne te ontwerpen. Daarnaast kunnen jongvolwassenen bijdragen door campagnes te beoordelen en deel te nemen aan de vragenlijsten binnen het onderzoek. Hoe je kunt bijdragen aan het onderzoek zal later bekend worden.  

Zie hier de link naar het onderzoek. 

De werkzame factoren van diagnostiek in de jeugdzorg  

Dit promotieonderzoek richt zich op de vraag wat de werkzame factoren zijn van diagnostiek in de jeugdzorg, en hoe orthopedagogische diagnostiek goed kan worden uitgevoerd. Het onderzoek bestaat uit een aantal opeenvolgende stappen. De eerste stap was een literatuurstudie (scoping review), waarin is onderzocht welke elementen in de wetenschappelijke literatuur samenhangen met de kwaliteit en effectiviteit van het diagnostische proces in de jeugdzorg. Dit leverde circa 50 elementen op, gevonden in 25 studies, waarvan slechts 5 studies van voldoende tot hoge kwaliteit waren. Vervolgens is een Delphi-studie uitgevoerd, gericht op de verklarende analyse (VA): het proces waarin professionals tot een verklarend beeld komen van wat er bij een kind of gezin speelt. Via digitale vragenlijsten is een expertpanel van 24 deskundigen in drie ronden bevraagd, wat resulteerde in 59 concrete kwaliteitscriteria, gegroepeerd in zes hoofdthema’s (verhelderen, onderkennen, verklaren, het verklarend beeld, samenwerken met jeugdige/ouders/betrokkenen, en biases) en twee aanvullende thema’s (instrumentgebruik en indiceren). Deze criteria zijn daarna vertaald naar een praktisch kwaliteitskader voor de jeugdzorgpraktijk, waarmee professionals, beleidsmedewerkers en bestuurders kunnen reflecteren op en groeien in hun verklarend analyseren. Op basis van de resultaten van beide studies is een reflectietool gemaakt, welke momenteel wordt getest in de praktijk. In de huidige, verdiepende onderzoeksfase staat alliantie tijdens het diagnostisch proces centraal: hoe professionals en gezinnen goed kunnen samenwerken en samen beslissen, bijvoorbeeld over hoe het verklarend beeld geformuleerd wordt en welke behandeling passend is.

In de afgelopen jaren zijn verschillende (bachelor en master)studenten voor hun scripties met onderwerpen gerelateerd aan dit promotieonderzoek aan de slag gegaan. Zij hebben bijvoorbeeld onderzocht hoe het proces van diagnostische besluitvorming in jeugdhulpteams verloopt en of er verschillen zijn in de bijdragen van professionals aan diagnostische casusbesprekingen op basis van hun discipline/functie, wat er bekend is over werkzame factoren binnen collegiale diagnostische overleggen en welke concrete (non-verbale) gedragingen van professionals bijdragen aan de alliantie tussen jeugdzorgprofessional en kind in de diagnostische fase. Ook de komende jaren zullen er verschillende mogelijkheden zijn om praktijkgericht scriptieonderzoek te doen over diagnostiek in de jeugdzorg.

Meer lezen over dit onderzoek? Zie hier de link naar: literatuurstudie, Delphi-studie en kwaliteitskader.  

Heb je nog geen account maar ben je wel lid van Postelein? Maak dan hier een account aan.